Hoe werkt IPC

Het IPC werkt met zogenaamde “units”. Dit zijn thema’s die een aantal weken centraal staan. Vanuit deze thema’s wordt met een vaste structuur vorm gegeven aan de zaakvakken (aardrijkskunde, biologie, geschiedenis, natuur en techniek) en de creatieve vakken (tekenen en handvaardigheid).

De opbouw van elke unit ziet er als volgt uit:

Startpunt:  een enthousiasmerende opening rondom het thema. 
Kennisoogst: wat weten we al van dit onderwerp?
Big Picture: hierbij wordt uitleg gegeven over het thema.
 Onderzoeksactiviteiten: wat zou ik nu willen leren van dit thema?
 Verwerkingsactiviteiten we gaan aan de slag met de onderzoeksvraag.
 Afsluiting: gezamenlijk wordt het thema in stijl afgesloten en wordt geïnventariseerd wat de leeropbrengsten zijn.

Binnen de verschillende units wordt naast de inhoudelijke kerndoelen (inhoudelijke doelen waaraan de school moet voldoen) aandacht gegeven aan de 21e eeuwse vaardigheden en het leren leren (assessment for learning) .

Hoe weten we nu wat de kinderen geleerd hebben?

Het IPC is een curriculum dat gericht is op leren en dat is ontworpen om leerlingen te helpen leren en te laten genieten van wat ze leren. Doelgericht leren betekent ook dat we beoordelen wat kinderen uit het geleerde halen. Toetsing en evaluatie zijn belangrijk omdat we er op deze manier achter komen of de leerlingen inderdaad iets hebben geleerd.

Kennis, vaardigheden en begrip worden op verschillende manieren opgedaan, dus ook op verschillende manieren getoetst en beoordeeld:

Bij kennis draait het om feiten. Feiten zijn juist of onjuist. De gemakkelijkste manier om te testen of leerlingen de feiten kennen, is door hen regelmatig te testen – het maken en afnemen van een kennistoets is zo gedaan.

Vaardigheden moeten daarentegen praktisch worden beoordeeld. Ze zijn niet goed of fout, maar worden in de loop der tijd ontwikkeld. Het IPC categoriseert de vaardigheden om deze reden in drie verschillende fasen: aanvang, ontwikkeling en beheersing. De grenzen tussen deze drie fasen worden niet in zwart-wit aangeduid en verschillende mensen hebben verschillende ideeën over hoe elke fase eruit ziet. Het IPC Assessment for Learning programma maakt daarom tijdens de beoordeling gebruik van klasseringen. Het gesprek tussen leerling en leerkracht is hierbij van essentieel belang.

Begrip is een persoonlijk en veranderlijk concept: het komt en het gaat. Leerkrachten vertrouwen daarom op hun professionele oordeel om erachter te komen wat het begrip van de leerling is. Ook hier is het gesprek, maar ook de uitwerking van de verschillende activiteiten een belangrijk onderdeel van het meten van het begrip.

Mocht u nog meer informatie willen nalezen, kijkt u dan op www.ipc-nederland.nl.
 

deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl